Maak uw finance functie future proof


Ruim een jaar geleden sloegen Financial Media, Deloitte en Tilburg University – TIAS School for Business and Society de handen in elkaar voor de realisatie van een framework en certificaat voor de ‘future proof’ finance functie. “De verwachtingen van organisaties nemen verder toe. Om die te anticiperen en uiteindelijk voor te zijn, heeft finance nood aan een referentiekader, een assessment, om te zien waar het zelf stappen kan zetten. Dit framework en het uiteindelijk certificaat bieden hulp en zorgen voor een puntbepaling voor de verdere evolutie van de finance functie.”


Een future proof finance functie, hoe ziet die eruit?


Tom Van Cauwenberghe: “Future proof zijn bestaat uit drie elementen. De finance functie moet klaar zijn voor vandaag, daarnaast moet die bezig zijn met de toekomst en er moeten bepaalde stappen gezet zijn om klaar te zijn voor morgen. Het mag niet slechts bij een ambitie blijven. Men moet het avontuur gestart zijn en de juiste basisfundamenten hebben gelegd.”


Peter De Roeck: “De finance functie moet kijken naar wat er gebeurt in de wereld en wat invloed heeft op de organisatie en dus ook de finance functie. Die moet kunnen omgaan met continu nieuwe zaken: duurzaamheid, innovatie, nieuwe financieringstechnieken, digitalisatie, … De finance functie moet de flexibiliteit en wendbaarheid hebben om daarop in te spelen en de rol als business partner blijven vervullen.”


Nicolas van Houtryve: “En dit zonder de kost van finance in het algemeen te laten vergroten. Future proof is ook open zijn naar nieuwe talenten, naar nieuwe competenties en meer toegevoerde waarde binnen de organisatie.”


Bart Dierynck: “Daarnaast moeten finance functies ook de strategie mee helpen ontwikkelen en aanpassen zodat de organisatie nog beter gaat presteren. Veel finance functies slagen daar vandaag niet in. Daar kijk ik dan naar het introduceren van innovaties en zeker digitalisering.”


Organisaties hebben er dus alle belang bij dat hun finance functie future proof is?


Bart: “Absoluut, daar is ook academisch bewijs voor. Organisaties die een betere finance functie hebben presteren doorgaans beter.”


Peter: “De finance functie is een katalysator en frontrunner om de professionalisering en groei van het bedrijf mogelijk te maken. Als de finance functie goed mee is, volgt de rest vanzelf.”


Nicolas: “Tijdens de COVID-crisis zat de finance functie in de goede stoel om de organisatie te helpen bij scenario-planning, en het bieden van een end-to-end perspectief. Finance heeft snel moeten reageren om strategische beslissingen te kunnen ondersteunen.”


Tom: “Het was de rol van finance om op basis van cijfers and data, inzicht te geven. Mature finance-organisaties hebben rust gebracht, niet-mature finance organisaties hebben chaos gebracht.”


Laurent Van Melckebeke: “Het is niet alleen een kwestie van de juiste antwoorden te bieden, maar ook om voorbereid te zijn op dergelijke situaties. Finance moet naar nieuwe technologieën en innovaties kijken om de organisatie beter voor te bereiden.”


Peter: “Wat het kantelpunt ook is, dat kan de COVID-crisis zijn maar even goed een nieuwe acquisitie, intrede van een concurrent in de markt, disruptie van de markt, … Het bedrijf moet die aangrijpen om de finance functie verder uit te bouwen.”


Hoe meet het framework de verschillende indicatoren? Hoe bepaal je uiteindelijk of de finance functie wel degelijk future proof is?


Nicolas: “In de eerste plaats maken we een onderscheid tussen de verschillende capabilities binnen finance. Een onderscheid wordt gemaakt tussen operational, business en specialized finance. Drie categorieën die we met het framework anders gaan bekijken. Er zijn zowel kwalitatieve als kwantitatieve meeteenheden of benchmarks. Dat nemen we over in onze maturity assessment.”


Laurent: “Daarnaast zijn er ook enablers binnen finance. Het gaat over de organisatie, mensen, processen en policies. Er is ook veel informatie die finance ter beschikking heeft om de business te kunnen ondersteunen. Dit vergt nieuwe technologieën om uit de data inzicht te creëren.”


Peter: “De negen grote assessmentdomeinen hebben allemaal eenzelfde structuur. We kijken naar de situatie vandaag en daarna geven we een interpretatie aan hoe de finance zich in die domeinen aan het voorbereiden is op de toekomst. Het framework leeft. Letterlijk genomen dan, want wat nu klinkt als toekomstmuziek, is twee jaar later misschien een evidentie.”


Tom: “Net daarom hebben we leading indicators genomen, die misschien niet meteen puur over finance gaan maar wel iets zeggen over de toekomst van finance. Bijvoorbeeld: zijn er trainingsprogramma’s? Wordt er geïnvesteerd in projecten om innovaties uit te proberen? Is er plaats om te falen?”


Peter: “Allen rond de tafel heeft wanneer hij/zij in een bedrijf komt en met een CFO spreekt, dit voelt goed, dit voelt future proof. We zijn er grotendeels in geslaagd om dit met ons framework en certificaat te objectiveren, en uiteindelijk een referentiepunt te plaatsen op de as naar een future proof-organisatie. Daarin geven we de boodschap: het kan beter, of je bent al heel ver gevorderd en reiken we ook het waarom aan.”


Maïté Holvoet: “De as evolueert ook. We passen de criteria van ons framework ook aan, aan de veranderende realiteit, net als de vragen. ESG is één topic nu, maar morgen kan er perfect een ander topic zijn waar ons framework vandaag nog niet op anticipeert.”


Tom: “De zaken die nu future proof zijn, zullen dan onderdeel zijn van de basis, jouw compliance. En niet te vergeten, ook future proof finance functies hebben werkpunten.”


Peter: “Je geeft CFO’s een framework met een benchmark die stelt: dit zou de goede richting zijn om uit te gaan. We helpen sturing te geven aan waar de finance functie heen moet. Het framework kan ook een ander belang hebben voor een bedrijf in sector A dan in sector B. Het is in de eerste plaats een intern gestuurde oefening waar je als CFO en als finance team veel handvaten krijgt om mee verder te gaan.”


Ontbreekt dergelijk framework, een weerspiegeling voor de finance functie, op vandaag?


Nicolas: “Er zijn Deloitte maturity-assessments gemaakt in het verleden maar als men spreekt over future proof en dus ook over digitalisering, nieuwe trends, … hebben dergelijke assessmenttool nog niet gezien. Dit certificaat is ook het resultaat van het volledig digitalisatieverhaal die we de laatste drie à vier jaar hebben gezien.”


Peter: “Benchmark-tools doen niet zozeer een uitspraak over een aantal kwalitatieve elementen. Ons framework is gericht op future proof-elementen. Die krijgen 75 procent gewicht in onze weegschaal.”


Tom: “De oorspronkelijke assessments waren ook eerder intern gedreven. Het is volgens mij de eerste keer dat je als finance-organisatie ook naar buiten komt met waar je staat.”


Is de nood aan dergelijke assessment er bij de finance functie zelf?


Bart: “Vanuit bedrijven is de vraag er zeker. Twintig jaar geleden kon je als bedrijf leren uit de markt. Tegenwoordig is de markt zo competitief geworden dat fouten, als je er bijvoorbeeld niet in slaagt om binnen de twee weken forecasts te maken, einde verhaal betekenen. Daarom willen bedrijven of finance-afdelingen weten: waar staan we vandaag? Dat is volgens mij een heel belangrijke drijfveer van dit certificaat.”


Tom: “Finance functies moeten meer naar buiten durven komen. We concurreren met andere, zeer interessante jobs binnen organisaties. Het certificaat biedt de mogelijkheid om je te tonen als finance functie aan de buitenwereld.”


Peter: “De insteek om het certificaat is er gekomen na een evaluatie van ons evenement Best Finance Team waar finance teams deelnemen met een case, zoals een overname of implementatie van een ERP-systeem, waarop ze dan beoordeeld worden. We kiezen uiteindelijk een winnaar maar eigenlijk wachten die teams op kwalitatieve feedback. Vandaar is het idee ontstaan om iets minder vrijblijvend te creëren, zoals dit certificaat. CFO’s van de BEL-20-bedrijven zullen wel weten in welke richting ze moeten gaan, maar de grote laag daaronder is zoekende. Die willen de handvaten en een klankbord.”


Maïté: “Om een voorbeeld te geven, naar talent acquisitie lopen heel wat bedrijven tegen een war for talent aan. Als je als finance functie niet alleen in tools en processen maar ook in mensen investeert, en je kan dit aantonen met het certificaat, dan geef je een heel duidelijk signaal naar de buitenwereld. Het certificaat biedt dus antwoorden om bepaalde hindernissen te overkomen.”


Het certificaat kan dus een indicator zijn om jong talent te laten kiezen voor een ‘geslaagde’ organisatie?


Peter: “Jonge mensen hechten vandaag aan veel meer belang dan slechts hun loon of jobinhoud. Die willen dat het bedrijf met duurzaamheid, innovatie, verantwoord ondernemen, … bezig is.”


Nicolas: “Men spreekt ook niet meer over hetzelfde talent in onze tak. Men spreekt niet alleen meer over de accountant, maar ook over de data scientist, storyteller, tech savvy, … De nood om buiten de traditionele finance functies te communiceren is heel belangrijk. Finance zoekt ook strategists om de business beter te ondersteunen.”


Bart: “Absoluut. Finance heeft ook nood aan creatieve profielen. Door het certificaat kan ook opnieuw een stuk naar buiten worden getreden: ook dit is finance.”


Tom: “Ik plaats de ruime talentagenda op de eerste plaats. Het eigen team, de mensen die bij je willen komen werken, visibiliteit binnen de organisatie. Als je mij vraagt wanneer we succesvol zouden zijn in ons opzet, dan is het minstens omdat het certificaat helpt om mensen binnen de organisatie te krijgen, te behouden, of binnen de eigen organisatie binnen finance te krijgen.”


Laurent: “Een van de sprekers op een recent event zei: ik heb moeilijkheden om data scientists effectief op mijn payroll te krijgen. Het zijn allemaal externen, freelancers, … Ik hoop dat we met dit certificaat net die mensen, ook omdat er naar skill & development, training en innovatie wordt gekeken, op de payroll krijgen.”


Hoelang is het certificaat geldig?


Peter: “Wanneer je het certificaat behaalt, vervalt deze na twee jaar en moet je het assessment opnieuw doorlopen. Binnen de twee jaar verandert zoveel, en we willen natuurlijk evolutie zien.”


Laurent: “Het framework verandert natuurlijk ook zelf mee. Er worden nieuwe criteria aan toegevoegd als dit noodzakelijk is. Ook de vragen kunnen mee evolueren en herzien worden wanneer nodig.”


Nicolas: “Na twee jaar is het een mooie opportuniteit om de verwezenlijkingen van het team in de verve te zetten. Als je tijdens het eerste assessment een oranje licht krijgt, kan je twee jaar later, mee met de evoluties, een groen licht bekomen. Daar kan en mag een departement dan vooral fier op zijn.”


Peter vermeldde al even het verschil in sectorrelevantie. Wat betekent dit voor het certificaat?


Tom: “Dat we ons moeten aanpassen aan de situatie van de bedrijven. Credit & collections bij retailorganisaties ziet er totaal verschillend dan bij B2B. Het is een totaal andere manier van werken. Digitalisering zal er bijvoorbeeld helemaal anders bekeken worden. Sommige zaken zullen heel voor de hand liggend zijn, andere zal je pas te weten komen als je de motorkap openlegt.”


Peter: “De benadering blijft dezelfde, maar we gaan resultaten in functie van de sector of de omgeving waarin je actief bent, ook anders gaan interpreteren. Er zal geen enkel bedrijf zijn die dit certificaat kan bekomen, zonder dat we allemaal overtuigd zijn dat het future proof is en dat de finance functie ook effectief een impact heeft op het bedrijf. Er moet geluisterd worden naar de finance functie, er moet iets gebeuren met de analyses die je doet. Je zou op je eentje future proof kunnen zijn met state-of-the-art tools en met de beste talenten, maar als er niets gebeurt met de analyses en die blijven zweven op de finance-afdeling, dan heeft het certificaat totaal geen zin.”


De ambitie is niet min?


Peter: “Die steken we zeker niet achter stoelen of banken. Niet te vergeten, er zitten partners van Deloitte rond de tafel. Mensen met meer dan 10 à 20 jaar ervaring in een finance functie. Het is niet zomaar een check-the-box framework.”


Tom: “Het certificaat is een kwaliteitslabel van de assessor en de supervisory board. Dat betekent ook dat we daar voorzichtig mee zullen omgaan.”


Bart: “Het wordt interessant om te zien of bedrijven die meedoen ook effectief het certificaat zullen gebruiken om bijvoorbeeld mensen te gaan werven, waardoor ze na verloop van tijd gemakkelijker mensen aantrekken of meer diversiteit in hun teams krijgen. Het zal ook ons een hoop nieuwe inzichten leveren.”



Kader 1


Het certificaat staat analoog met de relatie van de finance functie tot de business. Waar de finance functie de business voorziet van KPI’s, is het assessment en uiteindelijk certificaat een tool om de capaciteiten van de finance functie te meten, analyseren en interpreteren. Meer dan waar eerdere maturiteitstools zich concentreerden op de interne finance functie vormt het certificaat de uitkomst van een breed framework dat zowel kwalitatieve als kwantitatieve indicatoren meet. “Bepaalde domeinen zijn echt meetbaar, andere zijn eerder de waardering die je er als finacne departement aan geeft. Accounts payable is meetbaar en output driven. Hoe finance de strategie van het bedrijf ondersteunt, dan spreek je over waardecreatie. Het assessment combineert en interpreteert deze.”


Kader 2


Ik ben klaar om de stap te zetten, hoe kan ik het certificaat bekomen? We willen heel duidelijk informeren dat niet elk bedrijf kan deelnemen aan het assessment. “Behalve een instapdrempel qua grootte, stellen we heel duidelijk dat we de finance functie bekijken die het lokaal effectief voor het zeggen heeft. Het is van belang dat er zeggenschap is in de beslissing van hoe de toekomstige finance functie eruitziet. Het framework is er zo in voorzien dat het toepasbaar is op bedrijven die wat meer maturiteit hebben. Daarom is er ook een pre-questionnary en zijn er instapcriteria.” De oefening begint met een exhaustieve maar toegankelijke en behapbare vragenlijst, gecombineerd met een workshop waar ervaren specialisten (partners) van Deloitte de resultaten interpreteren. Hiervoor wordt een discussieplatform met de finance-organisatie opgezet. Het uiteindelijk resultaat van die oefening komt ten slotte voor een supervisor board. Als die zich comfortabel voelt met de uitkomst van de assessment en workshop, en ook voldoende groene lichten geeft, wordt dit bekrachtigd met een certificaat. Het certificaat is een kwaliteitslabel maar eveneens een werkinstrument.



BIO’s


Tom Van Cauwenberge is 24 jaar actief bij Deloitte België als partner en dit binnen de interne keuken van de finance functie. Hij begon in externe audit, schakelde over naar interne audit en uiteindelijk CFO advisory.


Laurent Van Melckebeke is 12 jaar director bij Deloitte België en startte zijn carrière binnen interne controle en risicobeheer. Hij bouwde ruime kennis en diepgaande kennis om finance-leiders te ondersteunen binnen operational en business finance. Hij werkt samen met Tom en Nicolas.


Nicolas Van Houtryve heeft 20 jaar ervaring waarvan 15 bij Deloitte en is ondertussen meer dan 6 jaar partner. Zijn expertise bouwde hij vooral op in de digitalisatie van het financieel departement. Hij leidt het Finance & Performance team binnen Deloitte Consulting.


Bart Dierynck is professor management accounting bij Tilburg University en TIAS School for Business and Society. Hij behaalde een PhD aan de KU Leuven en is al meer dan 10 jaar werkzaam in Nederland. Bart is gespecialiseerd in brede strategie-implementatie met de nadruk op business finance en ontwikkeling van KPI’s en performance measurement systems.